Ik ben geboren in 1953 in Bergeijk waar ik mijn hele jeugd gewoond heb. Al op de kleuterschool was tekenen en handarbeid het leukste wat ik kon bedenken. Thuis hadden we een schoolbord en het was voor mij een soort plicht om elke dag een andere tekening er op te zetten. Mijn 2 broertjes en 2 zusjes hadden of geen interesse of beschouwden het bord als mijn teritorium. In ieder geval: ik had geen competitie op dat vlak. Mijn ouders gaven volle medewerking en voorzagen mij royaal van verf en papier. Ik zat nooit zonder.

Met mijn plechtige communie kreeg ik voor het eerst een doos olieverf en het palet waar ik nu nog steeds mee werk. De geur van lijnolie en terpentijn vond ik onweerstaanbaar en is nog altijd in staat om een gelukzalig gevoel in mij op te wekken. Ook schilderslinnen heeft dat effect.

In tegenstelling tot veel klasgenootjes was het voor mij al op de lagere school duidelijk wat ik later wilde gaan doen : naar de kunstacademie. Dat is dan ook gelukt. Omdat mijn vader zich toch zorgen maakte over mijn toekomst, bedong hij dat ik een lesbevoegdheid haalde om althans daar mijn brood mee te verdienen. Die mogelijkheid deed zich voor in het Belgische Hasselt waar het Provinciaal Hoger Instituut voor Kunstonderwijs zich bevond. Het Sint Lukas zoals het in de volksmond heette, had een atelier voor beeldhouwen, een voor grafiek, schilderen enz. Ik koos het atelier schilderen en mijn leermeester was Vincent van der Meersch. Een broeder uit de een of andere orde die zelf schilderde. Zijn stijl behoorde tot het Constructivisme en stond diametraal op mijn voorkeuren in die tijd. Toch ben hem veel dank verschuldigd. Hij leerde ons kijken, bracht gevoel voor compositie bij en probeerde alles terug te brengen tot de essentie.

Het schilderijtje "Mijmeren op een bankje" was voor mij een doorbraak. Halverwege het 2de jaar brak ik met zijn geometrische visie en begon eerder sprookjesachtig te schilderen. Na een hoop kritiek in het begin, heeft Vincent zich er toch bij neergelegd en me verder met rust gelaten. Nee, hij deed meer: hij hielp me om mijn werk qua compositie en zeggingskracht sterker te maken, zonder zich te moeien met de inhoud.

Direct na de academie moest ik militaire dienst. Geen succes. Na een maand was ik weer thuis en was ongelofelijk blij een jaar van mijn leven  terug te hebben gewonnen. In dat jaar (1976) maakte ik mijn eerste grote opdracht. Mijn oude lagere school was grondig verbouwd en het schoolbestuur mocht 1 % van de bouwkosten besteden aan een kunstwerk. Als oud-leerling viel de keus op mij en het werd een schildering van 1,80x 3 meter. Het hangt er nog steeds.

Het vinden van een baan in het onderwijs is niet gelukt.Met Belgische diploma's was ik in Nederland kansloos en als Nederlander (zonder ervaring) in België al evenzeer.

Ik besloot om het over een radicaal andere boeg te gooien en liet me omscholen tot timmerman. ook dat deed ik graag en het schilderen zou ik voor de avonduren bewaren.

Na een klein jaar gewerkt te hebben in een interieursbedrijf was ik doodongelukkig en voelde ik me danig in het nauw zitten. Ik kreeg een bedrijfsongeluk en dat was voor mij het definitieve teken dat ik daar moest zien weg te komen. In de tijd dat ik herstelde, wist ik met succes een aanvraag te doen op de befaamde BKR.

Daar heb ik zo'n 6 jaar gebruik van mogen maken en daarna werd die regeling afgeschaft. Ondertussen was ik gevraagd door een maquettebouwer om voor hem een landschapsmaquette te beschilderen. Eenmaal ja gezegd, mocht ik vervolgens de hele maquette maken en daarna nog een en nog een.

Kortom. In dit bedrijf ( Bruns BV ) kon ik al mijn talenten aanspreken. Na een paar jaar op free-lance basis gewerkt te hebben, heb ik een vaste baan geaccepteerd en dat is nu al weer 24 jaar geleden.

Het schilderen en beeldhouwen doe ik in de weekends en avonduren.En nu is dat prima.